Florentijnse hof van De’ Medici

Italiaanse hoven
Inleiding
In de vijftiende en zestiende eeuw bestaan er een aantal hoven in de Italië, onder andere dat van de Gonzaga’s in Mantua, de D’Estes in Ferrara en De’ Medici in Florence. Doordat een kleine rijke elite aan de macht komt, floreren ook de kunsten.
Hieronder volgt kort de politieke stand van zaken in Italië en de renaissance om daarbij uit komen bij de hofsamenleving. Omdat het een erg veelomvattend onderwerp is, beperkt de toelichting zich tot de’ Medici familie in Florence. Het inzoomen op de meest prominente Medici-leden geeft namelijk breder, exemplarisch inzicht in de hofsamenleving en de daarbij horende politiek, tradities, gebruiken en het mecenaat.

Stadstaten, hoven en hun bewegende krachten
In de vijftiende en zestiende eeuw is Italië geen politieke eenheid, maar bestaat uit een aantal rijke, onafhankelijke republieken en een aantal kleinere stadstaten. Het begrip Italia>bestaat al wel, maar is niet meer dan een geografisch begrip. De stadstaten zijn zelfvoorzienend en hebben een eigen onafhankelijke rechtspraak, belastinginning, verdediging en buitenlandse diplomatie [1]

Stadstaten worden centra van de macht, economie en wetenschap. Door de bloeiende handel kunnen de stadstaten zich veel permitteren. Binnen de stadstaten zijn er verschillende politieke bestuursvormen. Zo heb je de republikeinse oligarchieën van Florence en Venetië, het koninkrijk Napels, de republiek Genua en Siena, de hertogdommen Ferrarra, Milaan, Urbino en Mantua en het pauselijke hof in Rome. Particuliere ondernemers die fortuin maken met expedities naar onbekende gebieden, handelaren in goud, zilver, zijde en specerijen, kooplieden, bankiers en legeraanvoerders van huurlingen condottierri verwerven hoge posities in het bestuur van de stad. Deze nieuwe rijken strijden om de heerschappij en aanzien onder de burgers. Ook vervangen zij de aristocratie als opdrachtgever en beschermheer van kunstenaars en architecten.

De stadstaten proberen hun onafhankelijkheid met hand en tand te verdedigen. De rivaliteit tussen de steden onderling vormt een continu gevaar. Ook Oostenrijk en Frankrijk proberen deze staten regelmatig te annexeren. Elke stadstaat beschikt dan ook over een eigen militie. Ook de condotierri doen goede zaken met de stadstaten. Door het ontbreken van centraal gezag is Italië het toneel van continue lokale en regionale strijd. Dit wordt nog eens versterkt doordat de pauselijke invloed sterk vermindert vanaf de zestiende eeuw. Er komt een eind aan de religieuze eenheid ten gevolge van de reformatie (zie Het pauselijk hof).

italie 1494Renovatio en renascimento:een nieuwe tijd
In de vijftiende eeuw, het Mille quattrocento, kent Italië een algemeen gevoel van politieke, sociale en geestelijke onafhankelijkheid. Door het afbrokkelen van de macht van de kerk en het oude feodale stelsel, komen de machtsverhoudingen anders te liggen dan daarvoor het geval is. Dankzij een bloeiende handel met vooral het Midden-Oosten en Azië groeien de steden en ontstaat een koopliedenklasse, de nieuwe rijken. Er ontstaat een open maatschappij waarin iedereen de mogelijkheid heeft zichzelf te ontwikkelen.

Humanisme voert nieuwe tijd
Het humanisme luidt het begin in van de moderniteit en de dominantie van de rede. Het bovennatuurlijke verklaringsmodel van de kerk uit de middeleeuwen domineert niet meer, maar men is er niet minder gelovig om.

De synthese tussen Aristoteles en het christendom is al tot stand gebracht door Thomas van Aquino (1225-1274). Hij stelt dat de waarheden van de rede en het geloof niet verschillend zijn, omdat ze beide van God afkomstig zijn en elkaar dus niet kunnen tegenspreken. De humanist Marsilio Fincino[2] (1433-1499) doet daar twee eeuwen later nog een schepje bovenop. Zijn opvattingen zijn gebaseerd op een Aristotelische traditie, waarbij hij neo-Platoonse, Plotinische en Hermetische noties tracht te incorporeren[3].

De humanisten vinden in de klassieke oudheid absolute maatstaven waarnaar culturele en in feite alle menselijke activiteiten kunnen worden beoordeeld. Daardoor komen individuele prestaties en intellectuele bekwaamheid centraal te staan. Volgens Jacob Burckhardt[4], wiens werk een van de centrale pijlers over de renaissance vormt, zijn individualisme en naturalisme essentiële kenmerken van deze periode. Ieder mens heeft recht op leven, vrijheid en het nastreven van geluk.

Klassieken als vertrekpunt
Ondanks, maar ook vanwege, de open maatschappij, leunt de cultuur op de antieke beschaving: een tijd die meer wist, meer kon en meer deed dan de eigen tijd. De antieke tijd was een tijd van beschaving: van excellentie, van voortreffelijkheid, van heldendom op alle gebieden van het leven: politiek, militair, ethisch, wetenschappelijk, artistiek[5]. Deze tijd wordt dan ook beschouwd als een exemplarische tijd, een tijd van voorbeelden voor de renaissance.

Elke prestatie op politiek, intellectueel, artistiek gebied kan dan niet anders zijn dan een poging om te wedijveren met de antieken, om de antieken te imiteren, de oudheid opnieuw geboren te laten worden, of in het uiterste geval, zelfs te overtreffen. Cultuur maken, zich beschaven, kan als dé beschaving in het verleden ligt, niet anders zijn dan een manier om zelf ook klassiek te worden, Latijnse namen te dragen en een wezensgelijkenis met de antieken te realiseren: hetzelfde te zijn en te doen[6].

Wie de antieke tijd wil imiteren, moet de antieke tijd kennen. Men wordt klassiek door ingewijd te zijn in de werken en daden van de universele en beschaafde mens: de klassieken. Dit begint in Griekenland. Alles wat hiervoor komt (de Egyptenaren, de Babyloniërs et cetera) is niet klassiek, oftewel geen voorbeeld, dus geen norm. Door middel van mimesis (nabootsing) en aemulatio (idealisering, het overtreffen van de grote voorbeelden uit de kunst) wordt er uiting gegeven aan alle vormen van cultuur.

Politieke boodschap kracht bijzetten
Kunst bloeit als nooit tevoren. Kunst wordt ingezet als middel van hoger dienende doelen: als machtslegitimatie en als verheerlijking. De verschillende politieke bestuursvormen hebben daarbij alle andere motieven en gebruiken daarom andere kunstuitingen om hun politieke boodschap kracht bij te zetten.

In Milaan doen de Sforza hertogen er alles aan om de legitimering van hun positie als rechtmatige opvolgers van het Visconti regime te bewerkstelligen.

In Napels, schenken de Aragon-koningen juist geen aandacht aan het voorgaande Anjou-regime, dat zij van de troon hebben gestoten, maar vestigen de aandacht op hun eigen recente overwinningen.

De Gonzaga heersers in Mantua, de Este’s in Ferrara en de Montefeltre in Urbino boksen juist op tegen de grotere stadstaten om hun prestige[7].

Opkomst hofsamenleving
De opkomst van de hof samenleving ligt, zowel in Italië als in de rest van Europa tussen 1300 en 1500. In die periode treedt er langzaam een verschuiving op van communes[8] naar hof samenlevingen als gevolg van een kleiner wordende kring welvarende families die een steeds grotere macht verwerven[9].

De hoven die ontstaan in de stadstaten zijn in feite niets anders dan de consolidering van macht in zowel politiek, bestuurlijk als economisch opzicht, waarbij belangrijke sociale groeperingen, (zoals de burgerij en adel, maar ook de kerk) strijden om de macht. Degene die bovenaan de piramide staan, gebruiken daarbij de andere groeperingen om zijn eigen machtskansen te vergroten. Door de zwakste schakel onderaan te steunen, kan de top van de piramide in stand blijven[10].

Artikel Volkskrant (samenhang hof en huidige staats en bestuursvormen)

Functie Hof
Hoven hebben twee functies: het is zowel de huishouding van de vorstelijke familie of wereldlijke machthebber, als het centrale orgaan van het gehele staatsbestuur, dus de regering[11]. Tevens  vormt een hof het culturele centrum van een land of stad.

Een hof (Italiaans rocca) is sinds de middeleeuwen een groepje militair versterkte gebouwen van waaruit  een heer zijn gebied bestuurt. Hoewel de meerderheid van de bevolking vaak in dorpen en gehuchten om de stad heen woont, is het hof zelf altijd in de stad gevestigd. Het hof vormt een gemeenschap binnen de stad.

Het hof wordt bestuurd vanuit een stadskantoor of palazzo dat midden in de stad staat. Dit ligt vaak aan een plein (piazza) dat een decorum verschaft bij ceremonies, feesten, optochten en dergelijke (bijvoorbeeld Il Palio in Siena). Ook de palazzi zelf worden verfraaid met muur- en plafondschilderingen, wandtapijten en kostbare meubels.

Een hof kan wel een paar duizend personen omvatten. De samenstelling van een hof verandert voortdurend. Degenen die er permanent wonen zijn naaste familie van de vorst of wereldlijke machthebber. Daarnaast wonen er een aantal families uit de hoogste adel van een land. Ook kinderen uit de hoogste aristocratische families verblijven soms een tijdje aan het hof voor hun opleiding en vorming. Kinderen van patriciërs (leenmannen) kunnen een voor een paar jaar in de hofhouding worden opgenomen. Daarnaast is er personeel in dienst (bewakers, kamerpersoneel, klerken) maar ook astrologen, componisten, schilders, beeldhouwers, dansers, architecten en narren.

Kunst legitimeert de macht
De Italiaanse hoven zijn broedplaatsen voor het culturele leven en worden daarmee centra van de nieuwe cultuur. Vanwege de grote concurrentie tussen de hoven is het nodig om de macht te legitimeren. Wat kan hier beter voor worden ingezet dan kunst?

Kunst wordt ingezet als propaganda, maar ook in een symbolisch politieke betekenis, bijvoorbeeld door het uit haar oorspronkelijke context te halen of door het uitdrukkelijk te vernietigen. Naar buiten toe kan op deze manier worden gecommuniceerd of banden met een voorgaand regime worden gecontinueerd of juist verbroken. Daar waar het mecenaat voorheen vooral kerkelijk is georiënteerd, gaat het nu aan de hoven een belangrijke plaats innemen.

Het boek van de Hoveling
Hoe moet je je gedragen als hoveling? Baldassare Castiglione (1478-1529), Italiaans schrijver en graaf van Novellata, schrijft er een boek over in 1528, Il libro del Cortegiano (Het boek van de Hoveling).

Castiglione werkt gedurende zijn leven voor verschillende hoven. In 1499 treedt hij in dienst van Francesco Gonzaga te Mantua. Van 1504 tot 1513 dient hij aan het hof van Urbino achtereenvolgens de hertogen Guidobaldo de Montefeltro en Francesco Maria della Rovere. In 1513 wordt hij als ambassadeur van Urbino naar Rome gezonden, waar hij vriendschap sluit met Rafaël, die van hem een beroemd geworden portret schildert. Van 1524 tot zijn dood werkt hij als diplomaat voor de paus in Spanje.

In zijn boek laat Castiglione personages aan het hof van Urbino een reeks denkbeeldige gesprekken voeren op vier avonden in 1507. Zij discussiëren over wat de ideale (dus denkbeeldige) hoveling zou moeten kunnen en hoe hij zich zou moeten gedragen: bescheiden, waardig, innemend en ongedwongen. De ideale hoveling zou moeten uitblinken als moedig krijgsman, musicus, minnaar, liefhebber en beoefenaar van de schone kunsten, letteren (dichter), wetenschap dichter, en ten slotte als scherpzinnig en subtiel spreker. Kortom, als ideale hoveling moet je zowel een vita activa als een vita contemplativa leiden.

“Sprezzatura” !
Dit alles moet volgens Castiglione gepaard gaan met een zekere sprezzatura. Sprezzatura is onlosmakelijk verbonden met het gedrag van iemand die zich de regels van de (levens)kunst heeft eigen gemaakt. Deze term laat zich moeilijk vertalen in het Nederlands, maar refereert onder andere aan ongedwongenheid, natuurlijkheid, innemendheid (grazia) en spontaniteit. Castiglione komt vanuit de tijdgeest tot de volgende conclusie:
“Als algemene regel geldt voor de hoveling dat hij in de eerste plaats de zeer steile en gevaarlijke klip van de gekunsteldheid moet omzeilen en in alles een zekere achteloosheid, of om een nieuw woord te gebruiken, een zekere sprezzatura aan de dag moet leggen, waarmee hij verbergt hoe knap hij is en de indruk wekt dat niets wat hij doet of zegt hem moeite kost”.

Hovelingen wedijverden met elkaar in perfectie. Wie aan dit ideaalbeeld voldoet, zal de gunst van adellijke meisjes verwerven en carrière aan het hof kunnen maken. Kunstzinnige vorming en etiquette bereiken hun hoogtepunt in het hof protocol in Versailles, waar een verkeerde danspas al een minachtende blik oplevert[12].

En / of “Virtù” ?
Il libro del Cortegiano wordt, samen met Il Principe (De Vorst) van Niccolò Machiavelli uit 1513 tot de belangrijkere boeken van de Renaissance gerekend. Het boek is pas uitgegeven na Machiavelli’s dood en daarna verspreid over heel Europa.

Het boek Il Principe wordt gekenmerkt door utilistisch denken. Het utilitarisme (afkomstig van het Latijnse utilita, wat nut betekent) is een ethische stroming die de morele waarde van een handeling afmeet aan de bijdrage die deze handeling levert aan het algemeen nut. Onder algemeen nut wordt daarbij het welzijn en geluk van alle mensen verstaan. Een utilarist streeft met zijn handelingen naar een zo groot mogelijke mate van geluk. Dit staat ook wel bekend als consequentialistische ethiek[13] (ethiek die de nadruk legt op het gevolg van een handeling). Centraal in Il Principe is het begrip Virtù, wat deugd betekent. Machiavelli pleit ervoor dat prinsen eerder (politieke) daadkracht moeten hebben dan deugd. Gesteld voor de keuze om geliefd te zijn of gevreesd, zou een prins er steeds voor moeten kiezen om gevreesd te zijn. Als rolmodel voor een prins die Virtù bezit stelt Machiavelli de gevreesde Cesare Borgia voor.
Het verhaal gaat dat Machiavelli Il Principe schrijft om de’ Medici te vermurwen, wat mislukt. In de periode dat de’ Medici verbannen zijn uit Florence, bekleedt Machiavelli namelijk een aantal belangrijke politiek functies die hij bij hun terugkeer moet opgeven[14].

Een bekende satire of komedie van Machiavelli uit 1518 is La Mandragola (de Alruin; een plant met een lange penwortel). Daarin worden twee mannen opgevoerd, waarbij de ene (Nicia) demonstreert hoe men een vrouw verliest en de ander (Callimaco), hoe men een vrouw verwerft en behoudt. Deze komedie wordt veelvuldig opgevoerd aan de hoven.

Het pauselijk hof
Aan het pauselijk hof staat de hoogste geestelijke gezagsdrager van de Rooms-Katholieke kerk aan het hoofd: de paus. Daarnaast is het pauselijk hof de wereldlijke heerser over de Kerkelijke Staat (ook wel Pauselijke Staat genoemd). Ook de paus ontpopt zich tot een wereldlijk vorst die, zoals alle andere staten, gebieden verovert. De Kerkelijke Staat bestaat op haar hoogtepunt uit het gebied van de moderne Italiaanse regio’s Romagna, Marche, Umbrië en Lazio.

De dubbelrol die de paus speelt (enerzijds als religieus leider, anderzijds als wereldlijk vorst) leidt tot een verdeeldheid tussen tegenstanders van de wereldlijke macht van de paus en zijn aanhangers, waarbij zware middelen als excommunicatie en kruistochten niet worden geschuwd. Dit bereikt een dieptepunt wanneer het Westers Schisma[15] de kerk uiteenrijdt en er zowel in Avignon als in Rome een paus zetelt. Het pauselijk prestige loopt een flinke deuk op, omdat de pausen zich hiermee afhankelijk maken van de Franse koningen.

Contrareformatie als tegenoffensief
Dat de macht van de kerk gedurende de eeuw die volgt steeds meer wordt ondermijnd blijkt onder andere uit de kritiek op de Rooms katholieke kerk van Maarten Luther, die in 1517 door de paus wordt geëxcommuniceerd. Een tegenoffensief van de kerk op de reformatie volgt in de vorm van de Contrareformatie. Voor een heroriëntatie op het begrip kerk, komt van 1545 tot 1563 het Concilie van Trente bijeen. Ook de kerkelijke staat wordt zowel militair als cultureel weer op de kaart gezet met onder andere de nieuwe Sint Pieterskerk.

Wankel machtsevenwicht
Naast de problemen die de kerk in de samenleving ondervindt en de wedijver met keizers, koningen en andere vorsten waaraan de paus is blootgesteld, doet zich het probleem voor dat iedere nieuwe paus niet door familiebanden aan het pauselijk gebied is gebonden. Pausen zijn daardoor sterk afhankelijk van anderen om hun invloedssfeer te intensiveren en hun territoria te vergroten. Het verdelen van kerkelijke functies is een probaat middel om dit gemis aan lokale wortels te compenseren. Zodra een paus sterft, wankelt echter het precaire machtsevenwicht in heel Italië. Door het ontbreken van centraal gezag is Italië het toneel van continue strijd[16].

  • Florence

Florence is de bakermat van de renaissance. Het is de geboorte- of verblijfplaats van bekende historische figuren zoals Brunelleschi, Donatello, Leonardo Da Vinci, Nicolò Machiavelli, Michelangelo, Galileo Galilei, Catharina de’ Medici en Dante Alighieri.

Geschiedenis Florence
Florence wordt in het jaar 59 v.Chr. gesticht door Julius Caesar als nederzetting voor Romeinse soldaten en krijgt de naam Florentia (Latijn voor bloei). De stad wordt opgezet als een militair Romeins kamp wat nog altijd te zien is aan het rechthoekige stratenplan met de bij het huidige Piazza della Repubblica elkaar kruisende cardo en decumanus. Gelegen aan de Via Cassia, de hoofdroute tussen Rome en het noorden, en in de vruchtbare vallei van de Arno wordt de nederzetting al snel een belangrijk commercieel centrum.

Keizer Diocletianus maakt Florence tot hoofdstad van de zevende regio, die Toscane en Umbrië omvat. Na de Romeinse periode breekt er een impasse aan tot Karel de Grote de stad verovert in 774 en haar onderdeel maakt van het hertogdom Toscane met als hoofdstad Lucca. De bevolking groeit en de handel floreert waardoor de steden Florence, Siena, Pisa, Lucca, Arezzo en Pistoia zich zelfstandig gaan maken. Van deze stadstaten wordt Florence de machtigste en annexeert haar rivalen één voor één in de 14e, 15e en 16e eeuw, terwijl Toscane als entiteit verdwijnt en een streeknaam wordt.

In 1114 wordt Florence onafhankelijk van Toscane en staatsrechtelijk een republiek, hoewel er onder het Huis Medici (sinds 1434) wel een dynastie ontstaat.  De’ Medici worden Heren van Florence genoemd, met de Signoria als bestuur. In de geschiedschrijving wordt Florence slechts in het tijdperk 1494-1512 (met een korte heropleving in 1527-1530) de Florentijnse Republiek genoemd.

In 1569 wordt Cosimo I de’ Medici benoemd tot eerste groothertog ooit. Daarmee wordt het hertogdom Florence omgedoopt tot groothertogdom Toscane, waarbij de streeknaam opnieuw een politieke entiteit wordt, met Florence als hoofdstad.

 Renaissance
 In de Laudatio (Lofrede op Florence) van de humanist Leonardo Bruni (ca. 1370- 1444) uit de eerste helft van de vijftiende eeuw worden voor het eerst de esthetische en politieke ideeën van de renaissance uitgedrukt. Vanwege de Florentijnse welvaart vormt Florence een bakermat van moderne gedachten over vrijheid en democratie.

Bij Bruni is het individu er niet langer om de gemeenschap compleet te maken, maar de gemeenschap is er om de persoonlijkheid van de mens te vormen. Iedere burger is geroepen om zijn politieke mogelijkheden te ontwikkelen die hem tot de toppen van zijn kunnen verheffen. Want dan, zo legt Bruni het Florentijnse gevoel uit, “is de vrijheid echt en bestaat er gelijkheid voor de wet ten aanzien van alle burgers”. Daarnaast acht hij de uiterlijke schoonheid van de stad als een onvervreemdbaar onderdeel van de innerlijke politieke structuur.

Florence biedt geen schitterende façade, de schoonheid komt van binnenuit[17]. Door de nauwe band van uitzonderlijk begaafde humanisten, architecten, kunstenaars en het mecenaat van onder andere de’ Medici, verkrijgt Florence zowel innerlijk als uiterlijk haar veelzijdige en homogene karakter van de renaissance.

Machtophoping in families
Florence maakt verschillende machtswisselingen door. Een algemene tendens tussen 1300 en 1500 is echter dat een kleiner wordende kring welvarende families een steeds grotere macht verwerft. Oudere staats- en beschavingsidealen gaan echter niet verloren, maar krijgen nieuwe accenten. Binnen kerk en staat krijgen families steeds meer betekenis. Daardoor ontstaan in Florence mengvormen van bedelordebeschaving, republikeins ethos, hofcultuur en familiecode.

Dat families een steeds grotere macht krijgen, wordt mogelijk gemaakt door een lange periode van vrede en welvaart. Pacificatie en handel worden in stand gehouden door een zich over Italië uitstrekkend netwerk van diplomatieke verhoudingen[18]. Vooral de vermogende families spelen hierbij een rol en zij zijn het vooral die er van profiteren[19]. De Florentijnse familiecultuur versterkt de positie van deze vermogende families in economische en politieke relaties. De vermogende families gaan samen met de kooplieden het stadsbestuur en de bedelorden beheersen.

De vorming van deze groep vermogende families, versterkt het Florentijnse staatsvormingsproces dat verbonden is met de hofsamenlevingen rond de stadsrepubliek.

Ook binnen sociale verbanden voltrekt zich een verbijzondering van families, bijvoorbeeld door middel van clericalisering; het toetreden van zonen en dochters van kooplieden, bankiers en ambachtslieden tot religieuze orden. Deze tendens wordt de basis voor de latere dominante secularisering (dat wil zeggen het afnemen van de invloed van religie). De rijke schenkers wensen in ruil voor hun bijdragen zeggenschap in de kerk en gebruiken daarvoor hun tot de orde toegetreden familieleden. Deze secularisering wordt in de hand gewerkt doordat de volkstaal (denk aan Dante Alighieri en Franciscus van Assisi) tot ontwikkeling komt, waardoor geestelijken hun professionele voorsprong verliezen.

Het onderhouden van een goede relatie met ordeleden (bijvoorbeeld de Franciscanen) biedt zowel binnen als buiten de grenzen van de stad voordelen, omdat zij vaak een belangrijke rol spelen in het stadsbestuur[20].

Ook voor sommige leden van koopmansfamilies is steeds vaker een rol in het stadsbestuur weggelegd. Welopgevoede kooplieden kunnen zich op den duur beter handhaven dan degenen die minder hebben geleerd. Door middel van studie en vroomheid krijgt men eer en een goede naam.

Stadsinrichting spiegelt maatschappij
Dat Florence een typische renaissancesamenleving is, is nog steeds te zien aan de inrichting van het centrum. De Basilica di Santa Maria del Fiore (oftewel de Duomo) vormt het middelpunt, met daaromheen een kring van bedelordekerken met kapellen. De kapellen zijn gebouwd in opdracht van de welvarende families in de stad, evenals de stadspaleizen, pallazzi, die om de kerken heen liggen. Het bouwen van familiekapellen en pallazzi wordt belangrijker dan stedelijke projecten.

De bouw van familiekapellen en paleizen die het stadsbeeld steeds meer gaan beheersen, overtreft de nieuwbouw van de orden en die van het stadsbestuur. Ordekerken, dom en stadhuis worden omringd door een kring van familiekapellen die voor aanzien zorgen[21]. Hierdoor ontstaat een hiërarchisch patroon in kapellen die gefinancierd worden door (koopmans)families als afspiegeling van hun financiële vermogen en politieke macht: de meest doelmatige manier om als familie toch aanzien te verwerven op een in de stadsrepubliek aanvaardbare wijze, is het subsidiëren van bedelorden, die geld nodig hebben voor de bouw en inrichting van hun kerken en conventen[22].

Als voorwaarde voor de schenking worden wederdiensten verwacht, bijvoorbeeld in de vorm van een mis ter ere van de familie en hun geslacht:de memorie mis. Ook wordt voor bijzondere missen betaald. Deze betaling wordt opgevat als dankbetuiging aan heiligen voor hun welwillende bemiddeling in aardse zaken. Deze votief- en memoriemissen worden een belangrijk bestanddeel van de werkgelegenheid van geestelijken. Ook kunnen grafrechten worden bedongen naar aanleiding van een schenking, bijvoorbeeld in de vorm van een grafmonument zo dicht mogelijk bij het hoofdaltaar of vlakbij een heiligengraf[23].

Welvaart floreert
Dat het Florence voor de wind gaat, blijkt onder andere uit het Florentijnse bankwezen, dat het meest geavanceerd binnen de Europese verhoudingen. Het belang van Florence blijkt onder meer uit het feit dat de plaatselijke munt, de fiorino d’oro of gouden florijn, zijn naam leent aan veel andere munten, zoals de Hongaarse forint en de Nederlandse gulden, die aanvankelijk ook gulden (gouden) florijn heet. De Florentijnse bankiers financieren voor een groot deel de Europese handel en industrie en de huurlegers van de koningen.

Ook beschikken de Florentijnen over vele grondstoffen. Door de onderwerping van de havenstad Pisa in 1406 verwerft Florence een opening naar zee. Mede hierdoor zijn Florentijnse kooplieden in staat goederen over grote afstanden te verhandelen en over heel Europa bankiersdiensten te verlenen tegen woekerprijzen. De burgerlijke elite, de kooplieden en bankiers, bouwt goede contacten op met verschillende hoven, waarvan de curie en het Bourgondische hof in de Nederlanden de belangrijkste zijn.

Behoefte nieuwe voorstellingen stimulans Mecenaat
Het ontluikende mecenaat en de vraag naar schilderingen die zijn toegesneden op de Florentijnse verhoudingen, geven schilders uit Florence de mogelijkheden een beroepstraditie te vestigen. Na 1420 worden de Florentijnse meesters toonaangevend voor vernieuwingen (verwijzen naar kunst en esthetica) binnen de kunst. Deze behoefte aan vernieuwingen stimuleert het verwerven van schilders die een bepaalde oorspronkelijkheid bezitten. De regelmatige reizen van schilders en opdrachtgevers staan borg voor een snelle uitwisseling van bekwaamheden, en zo worden door netwerken van families, kerkgemeenschappen, hoven, staten en beroepsgroepen de Florentijnse vernieuwingen gemeengoed[24]. De schilders zelf profiteren van de aanhoudende behoefte aan nieuwe voorstellingen: het aanzien dat met kunst is gemoeid, draagt niet alleen bij tot de reputatie van opdrachtgevers, maar ook tot die van schilders. Daarnaast levert het voor schilders meer welvaart op.

Wedloop in sociale pretenties
Toch zijn schilders, beeldhouwers en architecten wel afhankelijk van de iconografische wensen van hun opdrachtgever. De samenwerking tussen kunstenaars en opdrachtgevers worden vaak schriftelijk vastgelegd met financiële en technische specificaties. Kunstenaars zijn vooral vaklieden, niets wijst erop dat ze hun werk zien als middel voor persoonlijke expressie. De opdrachten die kunstenaars krijgen worden steeds omvangrijker.

Hoewel de iconografie van de in kapellen wordt bepaald door de bedelmonniken, weten families hier steeds vaker hun invloed te doen gelden. Waar ze eerst genoegen moeten nemen met enkele familiewapens en met een graf buiten de kapel, verwerven zij steeds meer zeggenschap over de af te beelden heiligen naarmate de opdrachten omvangrijker zijn. Ook krijgen zij het voor elkaar zich te laten portretteren. Zo worden de sociale pretenties van een familie zichtbaar gemaakt. In feite zijn deze uiterlijkheden niets anders dan de uitdrukking van het primaat van alles wat is of gebeurt op de status of machtskansen van de persoon die daarmee is verbonden, in relatie tot anderen[25].

Binnen de bestuurlijke bovenlaag van Florence ontstaat een competitief mecenaat, dat wordt gedomineerd door de familie De’ Medici. Ten behoeve van macht en aanzien wordt het mecenaat door vermogende families ten volle benut. Van kooplieden werd een identificatie verwacht met de stadstaat als geheel, wat zich in vooral tot uiting komt in hun rol als opdrachtgever van architectuur.

  • De’ Medici

De sociale geschiedenis van Florence wordt de geschiedenis van de opkomst van de’ Medici. Het geslacht De’ Medici of Dei Medici is een machtige en invloedrijke familie die in Florence in de 15e eeuw de grondlegger is van het internationale bankwezen.

Rijk geworden als wolhandelaren en bankiers weten de’ Medici zich steeds meer politieke macht te verwerven. Via huwelijken met de Europese aristocratie zijn nakomelingen van het geslacht koning of koningin van onder andere Frankrijk (Catharina en Maria), Schotland en Spanje. Ook brengt de familie drie pausen (Leo X, Clemens VII en Leo XI) voort en meer dan 50 kardinalen. De’ Medici regeren vanaf de 15e eeuw tot 1737 wanneer de laatste machthebbende Medici kinderloos steft. Er bestaat nog een nevenlijn, waarvan ongeveer 25 personen met de naam De’ Medici nog leven.

wapen links wapen midden wapen rechtsHet familiewapen van de’ Medici. Niet alleen in Florence, maar in heel Toscane en zelfs daarbuiten is het    familiewapen van de’ Medici op veel gebouwen te vinden.

Het wapen bestaat uit zes (oorspronkelijk 8) bollen (zogenaamde palle) op een met goud bekleed oppervlak. Tevens is het wapen vaak te zien met pauselijke, hertogelijke en groothertogelijke insignieën. De bollen staan voor de kreet Palle, palle!, die wordt gebruikt door het Florentijnse volk om zijn heerser te begroeten. In tijden van oorlog roept men Palle, palle! als men voor De’ Medici ten strijde trekt.

Niet de minsten!
Gedurende de’ Medici heerschappij komen grote werken van kunstenaars uit de renaissance tot stand. De lijn van kunstenaars die hun werk hebben gemaakt onder bescherming van en gefinancierd door de’ Medici loopt van Donatello en Brunelleschi via Paolo Ucello, Botticelli, Filippino Lippi en Leonardo da Vinci tot Michelangelo.

HET HUIS MEDICI

Het Huis Medici

Het Huis Medici

Hieronder volgt een uitwerking van een aantal leden van het Huis Medici die een belangrijke rol spelen in de geschiedenis van de renaissance en van Florence in het bijzonder.

Giovanni di Bicci de’ Medici is de grondlegger van het fortuin van het Italiaanse geslacht de’ Medici uit Florence. De’ Medici zijn afkomstig uit de grensstreek tussen Toscane en Emilia. Rond 1300 komen zij naar Florence. Giovanni neemt op 25-jarige leeftijd de Romeinse vestiging van de bank van zijn oom Messer Vieri di Cambio De’ Medici over. Een jaar later schrijft Giovanni zich in bij de Florentijnse bankiersgilde, Arte del Cambio. De opkomst van de’ Medici begint eigenlijk in 1410 dan wordt hij benoemd als de beheerder van het vermogen van de paus (Martinus V).

Al vanaf de eerste helft van de veertiende eeuw wordt er in Florence familievermogen vergaard door enkele families door het wisselen van valuta en door geld te lenen tegen hoge rente. Dit zijn de families die tevens grote rollen in de stadsbesturen spelen: de Alberti, Baroncelli, Peruzzi en Bardi. Hun belangrijkste klanten zijn de paus en de koningen van Napels, Frankrijk en Engeland[26]. Sommige aristocratische families in Florence beschouwen de’ Medici altijd als nouveaux riches.

Beschermheer van onder meer Brunelleschi
De historische betekenis van Giovanni di Bicci De’ Medici ligt vooral in het feit dat hij een van de belangrijkste mecenae (beschermer van kunst) is. Hij speelt een belangrijke rol bij het beoefenen, bevorderen, ontwikkelen en in stand houden van de kunst in Florence.

Giovanni’s grootste daad is zonder twijfel de royale ondersteuning van de plannen van de bouwmeester en ontdekker van het wetenschappelijk perspectief, Filippo Brunelleschi (1377-1446). Na de honderdjarige bouw van de Basicilica di Santa Maria del Fiore, ook wel de Duomo genoemd, heeft de kathedraal nog geen koepel, omdat er geen bouwmeester is die het aandurft de koepel te verwelven. Brunelleschi is degene die de koepel uiteindelijk mag overwelven en krijgt hiervoor steun van Giovanni De’ Medici.

In de vijftiende eeuw gaan familiekapellen en paleizen het stadsbeeld beheersen. De bouw hiervan overtreft de nieuwbouw van de orden en die van het stadsbestuur. Ordekerken, dom en stadhuis worden omringd door een kring van familiekapellen die voor aanzien zorgen[27]. Hierdoor ontstaat een hiërarchisch patroon in kapellen die worden gefinancierd door (koopmans)families als afspiegeling van hun financiële vermogen en politieke macht: de meest doelmatige manier om als familie toch aanzien te verwerven op een in de stadsrepubliek aanvaardbare wijze, is het subsidiëren van bedelorden, die geld nodig hebben voor de bouw en inrichting van hun kerken en conventen[28].

Daarnaast financierde Giovanni de’ Medici de herbouw van de Basilica di San Lorenzo naar een ontwerp van Brunelleschi. Dit wordt uiteindelijk de parochiekerk van de familie de’ Medici. In de grafkapel van de kerk liggen diverse leden van de familie begraven. Daarnaast wordt de kerk Or San Michele met steun van Giovanni verbouwd. Donatello (1386-1466) maakt in zijn opdracht enkele beelden aan de buitenzijde. Het Ospedale degli Innocenti, het Vondelingentehuis, door Brunelleschi gemaakt in 1425, wordt door hem gefinancierd[29]. Maar Giovanni steunt ook de werken van de architect en beeldhouwer Michelozzo di Bartolomeo Michelozzi (1396-1472) aan de Santissima Annunziata[30].

Basilica di San Lorenzo

Basilica di San Lorenzo

facade nooit afgewerkt

De façade van de kerk is nooit afgewerkt.

Giovanni de’ Medici is een sleutelfiguur geweest voor de totstandkoming van de naamsbekendheid van De’ Medici, en de aanzetter van het mecenaat van de’ Medici. Hij sterft in 1428. Op de solide basis die hij legt, bouwen zijn zoon Cosimo Il Vecchio en later Lorenzo Il Magnifico voort.

  • 2. Cosimo Il Vecchio (1389-1464)

Cosimo Il Vecchio, de Oude, de’ Medici staat bekend als een geleerd en vooruitstrevend man. Hij is zowel zakenman als politicus en interesseert zich voor filosofie en het gedachtengoed van Plato. Onder zijn deskundige leiding groeit de Medicibank uit tot een onderneming die ver buiten Toscane bekend staat. Naast Rome komen er filialen in Venetië, Pisa en Milaan, in Avignon, Brugge, Genève en Londen.
Door zijn huwelijk met een Bardi-dochter, uit een Florentijnse bankierfamilie, doet Cosimo zijn intrede in de aristocratie van Florence, die tevens de dienst uitmaakt in de heersende oligarchie.
Cosimo koopt het Palazzo Bardi, waar hij tot zijn vaders dood woont met zijn echtgenote.

Verbannen
Wanneer zijn vader Giovanni in 1429 sterft en Cosimo al geruime tijd de leiding heeft over het bankiershuis, grijpen de oligarchen de nederlaag van het beleg van de stad Lucca (1429-1433) aan om hun opponent Cosimo te arresteren. Cosimo vertekt in ballingschap met zijn broer Lorenzo eerst naar Padua en vervolgens naar Venetië, waar hij met alle egards wordt ontvangen. Veel van Cosimo’s volgelingen volgen hem, waardoor er zeer veel kapitaal uit Florence wegtrekt. Eén van zijn volgelingen is Michelozzo, van wie Cosimo beschermheer is[31].

De verbanning is het middel bij uitstek om politiek tegenstanders te treffen en ook het wegtrekken van kapitaal is nadelig voor Florence. In 1433 wordt Cosimo uit ballingschap teruggeroepen en door de burgerij als pater patriae ontvangen in Florence. Ook wordt hij benoemd tot gonfaloniere (letterlijk vaandeldrager), een hoge positie in de Signoria, het bestuur van de Florentijnse republiek[32].

Opnieuw aan de macht
Vooral dankzij verhoudingen buiten de stad kan Cosimo de’ Medici na zijn terugkeer in Florence weer een duurzaam familiegezag opbouwen. Hij oefent zijn macht voornamelijk uit via informele relaties en minder door zelf bestuursfuncties te bekleden[33]. Voor deze vorm van machtsuitoefening is eer en aanzien van groot belang[34]. Kerkbouw en mecenaat zijn hierbij een probaat middel.

Op het gebied van de internationale politiek slaagt Cosimo er in 1439 in om het Concilie aan te trekken dat door paus Eugenius IV is samengeroepen om de eenheid tussen de katholieken en orthodoxen, de Romeinse en de Griekse kerk, te herstellen (1439-1443). Door de groeiende dreiging van het Ottomaanse Rijk zoekt de Oosters-orthodoxe Kerk aansluiting bij de westerse kerk om zo hulp te krijgen in hun strijd tegen de Ottomanen. Het Concilie Ferrara-Florence werpt geen vruchten af, maar de stad Florence wordt wel internationaal op de kaart gezet.

Bewondering voor Griekse filosofen
Cosimo komt al jong in aanraking met filosofie. Hij is een leerling van de Griek Manuel Chrysoloras die een professoraat bekleedt aan de universiteit van Florence. Manuel Chrysoloras is opgeleid in de klassieke Griekse literatuur en tijdens zijn verblijf begint het platonisme zich langzaam in de stad te verspreiden. Gedurende de zittingen van het Concilie van Ferrara-Florence in 1439, maken Cosimo  en zijn intellectuele gevolg kennis met de neoplatonistische filosoof George Gemistos Plethon (1355-ca. 1453), wiens verhandelingen over Plato en de Alexandrijnse mystici de geleerde kringen van Florence enorm fascineren.

Na de inname van Byzantium door de Turken besluiten vele geleerden die aan het Concilie hebben deelgenomen niet meer terug te keren. In de daaropvolgende periode vindt daardoor een vruchtbare uitwisseling plaats van Florentijnse en van Byzantijnse, goed in de Griekse oudheid geschoolde geleerden. Aan het hof van de’ Medici krijgt de voorheen vooral op het christendom en Romeinse oudheid geïnspireerde Renaissance nu ook een sterke Griekse component.

Cosimo steunt met een aanzienlijk deel van zijn vermogen de humanisten en hun werk. Onder andere Poggio Bracciolini en Niccolò Niccoli onderzoeken, met financiële steun van Cosimo, in de kloosterbibliotheken van heel Europa de teksten uit de Klassieke Oudheid, die dankzij de inspanningen van de benedictijnen eeuwenlang bewaard zijn gebleven.

Cosimo vat het idee op om Plato’s academie nieuw leven in te blazen en van Florence een nieuw Athene te maken. In 1457 sticht hij de Accademia Platonica, een kring van geleerden die de geschriften van Plato bestuderen. Een belangrijke vraag is, of er een synthese van christendom en Neoplatonisme mogelijk is en zo ja, hoe die vorm en inhoud moet krijgen. Om zijn voornemen te verwezenlijken, kiest hij de zoon van zijn lijfarts, Marsilio Ficino (1433-1499), die hij bij de humanist Ambrogio Traversari (1386-1439) heeft laten studeren. Men treft elkaar op verschillende plaatsen in de stad of, in de zomer, in de villa van de Medici in Careggi[35], in de heuvels bij Florence. Bekende geleerden van de Platoonse Academie zijn onder andere Pico della Mirandola (1463-1494) en de dichter Angelo Poliziano (1454-1494)[36].

Neo-platonisme in kunst
De herontdekking van Plato in het Florence van de vijftiende eeuw heeft op de beeldende kunst een enorme invloed gehad. Vanuit de inspirerende culturele sfeer die er ontstaat, komen grote kunstwerken en interessante literaire werken voort. Denk hierbij aan de mythologische schilderijen van Sandro Botticelli die gezien kunnen worden als de overdracht van de Platonische mythologie op de schilderkunst.

Ook Michelangelo kan worden beschouwd als neo-platonist. Pico della Mirandola’s pleidooi voor de autonomie van de mens laat zich lezen als een manifest van het Renaissance humanisme. In De dignitate hominis (Over de waardigheid van de mens) zegt God tot Adam: ‘Ik heb je te midden van de wereld geplaatst, opdat je het beter kunt aanschouwen wat deze wereld bevat. Ik heb je hemels noch aards, sterfelijk noch onsterfelijk gemaakt, opdat je vrijelijk en naar eigen oordeel, als een goed schilder of een bekwaam beeldhouwer, je gestalte zult voltooien’.

Belangwekkende opdrachten
Een bekend bouwwerk in opdracht van Cosimo Il Vecchio, is het Palazzo Medici[37]. In 1444 geeft hij de architect Michelozzo de opdracht om vlakbij de Basilica San Lorenzo een palazzo te bouwen. Dit paleis wordt met zijn monumentale, drie verdiepingen tellende voorgevel het voorbeeld voor de Florentijnse palazzo-architectuur. Michelozzo geeft het paleis meer dan alleen de militaire functie die paleizen voorheen hebben vervuld.Lijnen, oppervlaktes en ruimtes verhouden zich tot elkaar volgens de Gulden Snede.

Het paleis is gebouwd rond een binnenplaats met een hoge zuilengalerij. Overal zijn Grieks-Romeinse ornamenten te zien, zoals zuilen, bogen en timpanen. Ook heeft het paleis een eigen kleine kapel en een tuin.

palazzo medici Riccardi

Palazzo Medici Riccardi

Donatello vervaardigt in opdracht van Cosimo medaillons voor het Palazzo Medici en een aantal bronzen. basilica medica Riccardi binnenHiertoe behoort een bronzen standbeeld van David, de held uit het Oude Testament die Goliath verslaat (zoals Cosimo zijn vijanden uit Florence) en symbool van de overwinning. David krijgt een ereplaats in het midden van de binnenplaats, zichtbaar voor iedereen.

Naast David komt een bronzen sculptuur van Judith en Holofernes te staan, tevens vervaardigd door Donatello in opdracht van Cosimo. Dit beeld draagt een allegorische subtekst over de moed van de commune tegen tirannie[38]. Het beeld zelf is een metafoor voor het Florentijnse volk: ook al is de vijand nog zo groot, zelfs de zwakkeren kunnen het verschil maken. De onderwerpen onafhankelijkheid en onderdrukking zijn een favoriet thema van de’ Medici.

Annunziazione 1437-1446 Fra Angelico

Annunziazione 1437-1446 Fra Angelico

Ook op religieus gebied draagt Cosimo een steentje bij. Hij laat het klooster met de kerk San Marco verbouwen. Hij nodigt er dominicanen uit om te komen wonen en geeft Fra Angelico (ca.1395-1455), prior en monnik van het klooster, opdracht de cellen te versieren met fresco’s van Bijbelse voorstellingen. Cosimo heeft een eigen cel in het klooster, waar hij zich kan terugtrekken om te bidden.

Cosimo Il Vecchio heeft een hele schare architecten, beeldhouwers en schilders onder zijn hoede. Onder hen bevinden zich Brunelleschi, Michelozzo en Donatello[39] van wie zijn vader Giovanni de Medici al mecenas is. Leon Battista Alberti (1404 – 1472), Paolo Ucello (1397-1475), Fra Filippo Lippi (1406-1469) en Lorenzo Ghiberti (1378-1455) vallen onder het mecenaat van Cosimo. Met zijn steun wordt de bouw van de Basicilica di Santa Maria del Fiore, ook wel de Duomo genoemd, gecontinueerd. Hiermee wordt aangevangen rond 1296. De bouw van de Duomo wordt pas voltooid in de vijftiende eeuw. Zowel Brunelleschi als Donatello werken eraan mee.

Voor de familiekerk van de Medici de Basicila di San Lorenzo vervaardigt Donatello voor de sacristie bronzen deuren van de Apostelen en de Martelaren (ca. 1440), medaillons met de vier evangelisten in stucco, alsook 4 gekleurde stucco medaillons met verhalen uit het leven van Johannes de Evangelist (1440-43). Daarnaast maakt hij in opdracht van Cosimo voor de twee preekstoelen in het schip bronzen reliëfs (1460-66) die de passie van Christus en de marteling van Sint Laurentius verbeelden.

Cosimo Il vecchio sterft in 1464. Volgens Machiavelli ‘is Cosimo de de meest geeerde en beroemde burger zonder krijgsroem, niet alleen van Florence. Cosimo sterft in de grootste roem en met de grootste naam. Met zijn zoon Piero treuren alle burgers en alle vorsten om hem’. Cosimo wordt begraven in de Basilica di San Lorenzo. Twee jaar later wordt Donatello in dezelfde kerk begraven naast zijn mecenas.

  • 3. Piero di Cosimo de’ Medici, Il Gotosso (1416-1469)

Cosimo’s opvolger Piero de’ Medici, is slechts vijf jaar aan de macht. Het volk noemt hem vanwege zijn zwakke gezondheid Il gotosso (de jichtige). Als politicus en zakenman is Piero bijzonder succesvol. Piero is een gedreven verzamelaar van boeken, middeleeuwse manuscripten, munten en medailles. Hij legt de basis voor de bibliotheekcollectie van de Medici familie, die later ondergebracht wordt in de Biblioteca Medicea Laurenziana, die zich bevindt in het kloostercomplex van de Basilica di San Lorenzo.

In 1459 geeft Piero aan Benozzo Gozolli[40] (1420-1497) opdracht om fresco’s in de kapel van het Palazzo Medici te schilderen. Gozzoli gebruikt voor deze frescocyclus, de Optocht van de drie Koningen, dezelfde beeldspraak als Gentile de Fabriano (1370-1427) in zijn altaarstuk van De aanbidding door de drie wijzen uit het oosten uit 1423. Gozolli spreidt het fresco echter uit over drie muren. Het altaarstuk van Gentile de Fabriano wordt in opdracht van Palla Strozzi vervaardigd voor de familiekapel van de adelijke familie Strozzi in de Chiesa della Santa Trinità in Florence. De familie Strozzi is een fel tegenstander van de heerschappij van de Medici over Florence[41].

Benozzo Gozoli, 1459-1461

Benozzo Gozolli, Optocht van de drie koningen, 1459-1461.

Op de fresco zijn de Drie Wijzen afgebeeld in een Toscaans landschap en in hun gevolg zijn Cosimo Il Vecchio, Piero Il Gottoso en zijn zoon Lorenzo Il Magnifico te herkennen.

De drie wijzen spelen een belangrijke rol in Florence in deze periode vanwege het feit dat Marsilio Ficino schrijft over de Magi, stellarum observatores. In feite refereert dit fresco aan het verblijf van hoogwaardigheidsbekleders uit het Oosten en het Westen gedurende het Concilie van Ferrara-Florence.

Piero commissioneert ook andere kunstenaars waaronder Mino da Fiesole (1429-1484), Andrea del Verrocchio (1436-1488), Alesso Baldovinetti (1425-1499), Fra Angelico, Domenico Veneziano (1410-1461) en Fra Filippino Lippi.

  • 4. Lorenzo Il Magnifico (1449-1492)

Lorenzo I, bijgenaamd Il Magnifico (de schitterende), heerst over de republiek Florence tijdens het hoogtepunt van de Italiaanse renaissance. Al op twintig jarige leeftijd krijgt hij de politieke leiding over de stad die hij samen laat gaan met democratie. Samen met zijn broer Giuliano (14531478) zet hij het beleid van zijn grootvader Cosimo voort. Lorenzo Il Magnifico weet de steun van de gewone bevolking te winnen door de invoering van een gunstig belastingstelsel en de bevordering van de welvaart. De adel is echter tegen hem gekant vanwege zijn tirannieke optreden tegen hen, waarbij hij spionage en liquidaties niet uit de weg gaat.

Tot 1464 heeft de’ Medici bank groei gekend, maar tijdens Lorenzo’s leven zet zich langzaam het verval van het bankiershuis in. Door de slechte economische situatie in de Italiaanse stadstaten[42] en een ongelukkige zakelijke leiding van de bank, raakt het familiebedrijf meer en meer in de problemen. De bank krijgt een grote klap te verduren wanneer paus Sixtus IV het astronomische pauselijke banksaldo over laat schrijven van de Medicibank naar de naar de Pazzibank, de aartsrivalen van de Medici. Gesteund door de Florentijnse oligarchie, weet Lorenzo toch overeind te blijven.

Moordcomplot
Dit leidt tot een samenzwering tegen de’ Medici onder leiding van de oude Florentijnse familie Pazzi, waarbij ook de aartsbisschop van Pisa is betrokken.Uit brieven uit een privécollectie is in 2004 ontdekt dat de graaf van Urbino, Federico da Montefeltro hoofdverdachte is in deze zaak. In opdracht van paus Sixtus IV, stuurt Montefeltro 600 elitemanschappen naar de poorten van Florence om de macht over te nemen na de beraden dood van de broers De’’ Medici.

Op 26 april 1478 worden Lorenzo en Giuliano de Medici aangevallen in de Basilica di Santa Maria del Fiore (de Duomo) tijdens de zondagsmis. Hierbij wordt Giuliano gedood. Lorenzo raakt gewond, maar slaat onmiddellijk en keihard terug. De aartsbisschop en verschillende andere samenzweerders worden opgehangen vanuit de ramen van het gouvernementsgebouw van de stad, het Palazzo Vecchio aan de Piazza della Signoria. Het geslacht van de Pazzi wordt vrijwel volledig uitgeroeid. De Medici worden na de aanslag als nooit tevoren omarmd door het Florentijnse volk.

Paus Sixtus IV verklaart hierop de oorlog aan Florence en wordt hierbij gesteund door de adel en koning Ferdinand I van Napels. Lorenzo heeft de Florentijnen echter onvoorwaardelijk aan zijn zijde maar wordt weinig gesteund door zijn traditionele bondgenoten Milaan, Bologna en Venetië. Lorenzo reist zelf naar Napels en komt terug met een vredesakoord in 1480, wat zijn heldenstatus nog groter maakt. Lorenzo streeft hierna naar een politiek machtsevenwicht tussen de noordelijke Italiaanse staten, met de bedoeling een buitenlandse (Franse) invasie te kunnen weerstaan.

Leverancier van pausen
Twee van Lorenzo’s zonen worden later machtige pausen. Zijn tweede zoon Giovanni wordt paus Leo X en zijn aangenomen zoon Giulio (een onwettig kind van zijn vermoorde broer Giuliano) wordt paus Clemens VII.

Tegen het einde van Lorenzo’s leven worden de decadentie, de macht van de Medici en het afnemen van het belang van de christelijke cultuur scherp aan de kaak gesteld door de dominicaan Girolamo Savonarola (zie verder bij Piero Il Fatuo), die zelf door Lorenzo naar Florence is gehaald op aanraden van de filosoof Pico della Mirandola (zie Cosimo Il Vecchio) Lorenzo sterft in 1492 door inname van een verkeerd medicijn, maar er hangt nog altijd een mysterie rond zijn dood. Met zijn vroege dood komt er een einde aan de bloeiperiode van de’ Medici.

Lorenzo en zijn broer Giuliano liggen samen begraven in de Medicikapel in de Basilica di San Lorenzo in Florence. Hun tombe is gesierd met de Madonna met kind van Michelangelo.

Bekende ‘stal’ talenten
Net zoals zijn vader en grootvader is Lorenzo Il Magnifico een ruimhartig mecenas. Hij is een groot liefhebber van de kunsten en van de filosofie, en zelf is hij een niet onverdienstelijk dichter. Hoewel zijn financiële positie hem niet toestaat zelf veel opdrachten aan kunstenaars te gunnen, zorgt hij er wel voor dat kunstenaars als Leonardo da Vinci, Donatello, Sandro Botticelli, Domenico Ghirlandaio, Andrea del Verrocchio de nodige ondersteuning krijgen. Eén van de belangrijkste kunstenaars die aan zijn hof verkeert is  de jonge Michelangelo Buonarroti[43]. Door Ficino, die ook aan het hof van Lorenzo verkeert, raakt Michelangelo kennis met het Platoonse gedachtengoed[44].

Lorenzo is een levensgenieter en houdt van luxe, praal en feesten. Vanwege zijn uiterlijk vertoon krijgt hij de bijnaam Il Magnifico (de schitterende). In naam van Lorenzo is het Florentijnse volk betrokken geweest bij vele festiviteiten zoals toernooien, concerten, gemaskerde feesten met vuurwerk en fakkeloptochten.

Een bekend Florentijns riddertournooi is La Giostra del Saracino dat plaatsvindt op de Piazza Sante Croce. In het steekspel van 1475 zegeviert Giuliano de’ Medici. Hij maakt zijn entree door een bannier te dragen met een portret van de mooiste vrouw van Florence, Simonetta Vespucci, beter bekend als La bella Simonetta, als Pallas Athene geschilderd door Andrea del Verrochio (1435-1488) met onderaan de Franse inscriptie La sans Pareille (de ongeëvenaarde). Giuliano maakt haar overduidelijk het hof[45]. Hoewel ze getrouwd is, wordt er gespeculeerd dat ze geliefden zijn. Sommigen beweren dat de hoofdfiguren in Boticelli’s Geboorte van Venus uit 1485, Simonetta en Giuliano de’ Medici zijn. [Chicago Tribune]3. Ook in Boticelli’s La Primavera (De lente) en Portret van een jonge vrouw (twee keer) zou Simonetta Vespucci geïdentificeerd zijn. Ook Piero di Cosimo maakt een portret van Simonetta Vespucci.

La Bella Simonetta 1445-1510

La Bella Simonetta 1445-1510

portret-van-een-jonge-vrouw-1480-1485

portret van een jonge vrouw, na 1480

portret van een jonge vrouw, na 1480; 47,5 x 35 cm

Sandro Boticelli schildert in opdracht voor Lorenzo onder andere twee werken met Judith en Holofernes als thema. Hij schildert Judith’s terugkeer naar Bethulië en de ontdekking van het lijk van Holofernes. Ook vervaardigt Boticelli meerdere fresco’s voor Lorenzo, onder andere voor zijn huis in de Via Larga. Eén van zijn belangrijkste opdrachtgevers is echter een lid uit de andere Medici-tak: Lorenzo Il Popolano de’ Medici, kleinzoon van een broer van Cosimo Il Vecchio. In zijn opdracht schildert Boticelli La Primavera, dat geïnspireerd zou zijn op Poliziano’s gedicht Stanze per la giostra (zie Cosimo Il Vecchio). Recenter wordt verondersteld dat er een neoplatonisch programma aan ten grondslag ligt dat in overeenstemming wordt gebracht met de tijdgeest[46].

Naast het organiseren van feesten en evenementen laat Lorenzo de Medici tuinen maken bij de kerk en het klooster van San Marco. Deze tuinen worden één van de trefpunten voor de leden van de Platoonse Academie, waaronder de filosoof Marsilio Ficino en de dichter Angelo Poliziano behoren (zie Cosimo Il Vecchio). Maar ook architecten, beeldhouwers en schilders komen er bijeen. Na de dood van zijn broer stort Lorenzo zich op de filosofie. Zijn band met de Platoonse Academie versterkt en zijn filosofische toewijding hheeft meer dan een hobbyistisch karakter alleen.

  • 5. Piero di Lorenzo de’ Medici,  Il Fatuo (1472-1503)

Piero di Lorenzo de’ Medici, ook wel Il Fatuo (de onfortuinlijke) genoemd, is de oudste zoon en opvolger van Lorenzo Il Magnifico. Hij gaat de geschiedenis in als een onbekwaam heerser. Kort na zijn aantreden in 1492, na de dood van zijn vader Lorenzo Il Magnifico, trekt de Franse koning Karel VIII Italië binnen om zijn rechten op het Koninkrijk Napels te doen gelden en om Ludovico Sforza bij te staan in Milaan[47]. Op weg van Milaan naar Napels trekt hij door Toscane. Piero wil neutraal blijven, maar Karel VIII valt Florence aan. Piero geeft zijn verzet spoedig op en gaat vervolgens over tot volledige overgave en instemming met alle eisen van Karel.De inwoners van de stad zijn hierover hevig verontwaardigd, Piero wordt verjaagd en zijn bezittingen worden geplunderd (1494). Hij verdroinkt tijdens een vluchtpoging na een veldslag tussen de Fransen, wier bondgenoot hij ondertussen is, en de Spanjaarden. Florence komt tot verval, maar slaagt er wel in zich als republiek te handhaven.

De Dominicaans Girolamo Savonarola, door de’ Medici naar Florence gehaald, keert zich nu tegen hen. Hun extravagante levensstijl, hun palazzo en landvilla’s en hun voorliefde voor kunst en dure kleding wordt door Savonarola als zondig gezien. Hij beschouwt Florence nu als de hoofdstad, stad Gods, van waaruit heel Italië, ook de kerk, zou worden hervormd, naar het ideaal van het vroege christendom. Hoewel hij zelf geen lid van het bestuur, de Signoria is, vestigt hij een tiranniek bewind, dat half theocratisch, half democratisch te noemen is, met een onverbiddelijke rechtspraak. Hij beschouwt zichzelf als opereerde ziel en adviseur van het nieuwe Florence. Savonarola wil de samenleving zuiveren van zaken die hij als verkeerd, ijdel of zondig ziet. Dit resulteert in 1497 tot een grootschalige boek- en kunstverbranding, bekend als het Vreugdevuur van de ijdelheden[48].Savonarola’s strenge leer brengt hem uiteindelijk in conflict met de paus, die hem excommuniceert. Ook het Florentijnse volk duldt zijn onderdrukking niet langer. In 1498 wordt Savonarola bij een oproer gevangengenomen, daarna gemarteld en op de brandstapel gezet. In de volgende jaren is er geen staatshoofd in Florence, wat leidt tot wanorde. Men stelt daarom een gonfaloniere aan, de republikein Piero Soderini[49], die de rust doet wederkeren[50].

Wanneer de Spanjaarden in Italië Lodewijk XII van Frankrijk verslaan, helpen zij de’ Medici terug in het zadel. De republikeinen worden in 1512 ten val gebracht door paus Julius II. Giuliano de Medici (1479-1516), broer van Piero Il Fatuo, en hertog van Nemours dankzij zijn huwelijk, regeert in Florence van 1512 tot 1514. Wanneer hij vroegtijdig komt te overlijden, neemt zijn neef Lorenzo II De’ Medici, hertog van Urbino, zijn taken over.

  • 6. Giovanni de’ Medici, Paus Leo X (1475-1521)

Giovanni de’ Medici is een zoon van Lorenzo Il Magnifico en een broer van Piero Il Fatuo en Giuliano. Al vroeg is duidelijk dat alleen hij het politieke talent van zijn vader heeft geërfd en door middel van een loopbaan als geestelijke, wordt hij al op 14-jarige leeftijd door paus Innocentius VIII tot kardinaal benoemd. Na de verbanning van zijn familie uit Florence in 1494 onderneemt Giovanni pogingen om het gezag van De Medici te herstellen. Wanneer De’ Medici in 1512 weer aan de macht komen, keren daarmee ook de  kansen van Giovanni. In 1513 belandt hij in 1513 op de Heilige Stoel. wanneer hij wordt aangesteld als paus, schrijft hij aan zijn broer Giuliano: ‘Since God has given us the Papacy, let us enjoy it’. En dat doet hij.

Wereldwerken Vaticaan

Als lid van de’ Medici familie geniet Leo x een humanistische opvoeding, wat betekent dat hij een brede opleiding in de geesteswetenschappen heeft. De belangstelling voor kunst, literatuur en wetenschappen die hij van huis uit meekrijgt, speelt een grote rol tijdens zijn leven.

Hij sponsort de verbouwing van de Sint Pieter in Rome, waar Rafael (1483-1520) wordt aangesteld als nieuwe hoofdarchitect na de dood van Bramante. Rafael, die afkomstig is uit Urbino waar zijn vader hofschilder is voor Federico III da Montefeltro, krijgt tevens de opdracht om de Stanze (vertrekken) in het Vaticaan te decoreren. Ook de collectie van de Vaticaanse bibliotheek wordt door Leo x aanzienlijk uitgebreid.

Michelangelo, die al langer voor de familie werkt, krijgt verscheidende opdrachten van paus Leo X. Hij zorgt ervoor dat Michelangelo en Rafael niet met elkaar kunnen wedijveren door ze op verschillende plaatsen te werk te stellen. In plaats van Michelangelo aan te stellen aan het pauselijk hof, stuurt Leo X hem in 1516 naar Florence om de gevel en de sacristie voor de Basilica San Lorenzo, de familiekerk van de’ Medici, te ontwerpen.

Kleurrijk pauselijk hofleven
Als liefhebber van het goede leven organiseert Leo x grote feesten en extravagante eet- en drinkgelagen, waar soms naakte jongemannen optreden. Onder Leo X’ geliefden bevinden zich Galeotto Malatesta, condotierre en heer van Rimini, Fano, Ascoli Piceno, Cesena en Fossombrone en graaf Ludovico Rangone. Enkele kardinalen zien dit met lede ogen aan en proberen hem door vergiftiging om het leven te brengen. Ook aan theater ontbreekt het niet in het Vaticaan; Machiavelli’s komedie La Madrogola wordt vele male opgevoerd onder paus Leo X.

De (broodnodige) hervormingen van de kerkelijke instituties worden verwaarloosd door paus Leo x. Om zijn financiële tekorten aan te vullen gaat hij aflaten verkopen, wat de hervormingsbeweging van onder andere Maarten Luther in de kaart speelt. Hij reageert op Luthers protesten door hem in de ban te doen, hetgeen bijdraagt aan een definitieve breuk van Luther met de kerk en het ontstaan van het Protestantisme.

Olifant Hanno is van de partij
Leo X’ exuberante levensstijl bereikt hoogtepunten tijdens zijn ceremoniële tochtjes door de stad op zijn witte olifant Hanno met in zijn gevolg een parade van panters en (hof)narren. Hanno wordt aan Leo x geschonken door koning Emanuel I van Portugal om hem gunstig te stemmen wanneer hij aantreedt als paus. Het schenken van dieren als diplomatiek cadeau waarmee heersers elkaar een plezier doenn of proberen te manipuleren, is al sinds de middeleeuwen in zwang geraakt. Het houden van exotische dieren in menagerieën is aan de Europese vorstenhoven niet ongewoon. Hanno krijgt een eigen onderkomen in de Vaticaanse tuinen, waar al een kleine dierentuin aanwezig is met een beer, twee gedresseerde luipaarden en een kleine kameleon[51].

  • Hanno, 1541-1516 naar Rafaël Santi Rafaël Santi, Hanno, ca. 1541-1516. De oorspronkelijke tekeningen van Rafaël zouden niet bewaard gebleven zijn.
    • Leo X sterft in december 1521 zo’n snelle dood, dat de laatste sacramenten niet kunnen worden toegediend. Gespeculeerd wordt dat hij vergiftigd zou zijn. Door Leo X’ spendeerdrift en het niet afbetalen van zijn schulden, gaan na zijn dood verschillende banken en individuele geldverstrekkers failliet.
  • 7. Lorenzo IIde’ Medici (1492-1519), graaf van Urbino

Lorenzo II de Medici regeert in Florence van 1514 tot 1519. In 1510 neemt hij als hoofd van het pauselijk leger het Hertogdom Modena en Reggio in. Tevens wordt hij door zijn oom, Paus Leo X tot hertog van Urbino[52]. Niccolò Machiavelli draagt zijn boek De vorst aan Lorenzo II op. Zijn dochter, de Catharina de Medici, wordt later echtgenote van koning Hendrik II van Frankrijk.

Lorenzo sterft in 1519 en wordt begraven in de Medicikapel in de San Lorenzo-kerk die is gedecoreerd met de Schemering en de Dageraad van Michelangelo, alsmede een eveneens door Michelangelo gemaakt standbeeld van hem.

  • 8. Paus Clemens VII (1478-1534)

Opvolger van Lorenzo II is Giulio de’ Medici (1478-1534), die in 1523 afstand doet van zijn functie om tot paus te worden verkozen (Paus Clemens VII). Daarmee is hij na zijn neef Leo X de tweede paus uit het geslacht De’ Medici. Clemens VII is echter veel strenger en ook plichtsgetrouwer dan Leo X ooit is geweest.

Trouw aan de traditie van De’ Medici is paus Clemens VII ook een beschermer van kunsten en wetenschappen, maar zijn mecenaat blijft beperkt door gebrek aan financiën. Wel geeft hij Michelangelo de opdracht voor de Biblioteca Medicea Laurenziana bij de familiekerk van de’ Medici, de Basilica San Lorenzo. In deze kloosterbibliotheek wordt het uitgebreide boekenbezit van de familie ondergebracht.

Biblioteca Medicea LaurenzianaBiblioteca Medicea Laurenziana

Deze bibliotheek wordt Michelangelo’s meest volledig uitgevoerde bouwwerk en een architecturaal meesterwerk van de Renaissance. Paus Clemens VII laat zich intensief in met de bouw en inrichting van de bibliotheek en er bestaat hierover een uitgebreide correspondentie tussen hem en Michelangelo. De bibliotheek moet benadrukken dat de Medici tot de intelligentsia en geschoolde klasse van de maatschappij behoren.

vloer met teken Medici

vloer met teken Medici

trap Blioteca Medicea Laurenziana

trap Blioteca Medicea Laurenziana

Om te voorkomen dat manuscripten beschadigd raken bij eventuele wateroverlast, bevindt de bibliotheek zich op de eerste verdieping. De funderingen worden verstevigd en het plafond moet gewelfd zijn om brand te voorkomen. De trap die naar de eerste verdieping leidt, is een van Michelangelo’s meesterwerken. De leeszaal is ontworpen naar het principe van de Gulden Snede en weerspiegelt een maatvoering aangepast aan de menselijke verhoudingen. De bibliotheek bevat manuscripten, incunabelen[53] en papyri.

Naast de Biblioteca Medicea Laurenziana krijgt Michelangelo de opdracht van Paus Clemens VII tot de bouw van de Medicikapel van de Basicilica di San Lorenzo.

  • 9. Catharina de’ Medici (1519-1589)

Catherina de Medici, dochter van Lorenzo II, verliest al zeer vroeg haar ouders. In het stormachtige politieke klimaat dat ontstaat in Florence, worden de’ Medici tijdelijk verbannen. Haar oom, Paus Clemens VII[54], huwelijkt Catharina op veertienjarige leeftijd uit aan Henry II, de zoon van Frans I, koning van Frankrijk. Samen krijgen ze tien kinderen. Haar man geeft echter meer om zijn maîtresse Diane de Poitiers dan om haar. Catharina laat zich bijstaan door de Florentijnse astroloog Cosimo Ruggieri.

Tijdens de regeerperiode van haar man, heeft Catharina weinig invloed op staatszaken. Dat verandert echter als haar man in een steekspel om het leven komt en haar oudste zoon, Francesco of Francois II (1559–1560) de troon opvolgt. Francois is zwak van lichaam en geest en volkomen onbekwaam om te regeren. Catharina staat haar zoon bij en langzaam maar zeker wordt haar politieke rol steeds groter en neemt haar invloed toe. Gedurende dertig jaar zal zij de belangrijkste politieke figuur in Frankrijk zijn met als doel het Huis van Valois op de troon te houden.

Wrede bloedige tijden
Tijdens haar bewind raakt heel Europa, de Lage Landen inbegrepen, in wrede godsdienstoorlogen verwikkeld. Terwijl er een continue burgeroorlog tussen katholieken en hugenoten (protestanten) plaatsheeft, probeert Catherina als meesterstrateeg door middel van samenzweringen en uitgekiende politieke huwelijken de stabiliteit in Frankrijk te garanderen. Dit leidt echter tot een dieptepunt in de bloedige Sint Bartholomeusnacht in 1572.

De groeiende invloed van de protestantenleider admiraal Gaspard de Coligny aan het hof en de daaruit voortvloeiende verzoening tussen koningschap en protestantisme, leidt op 18 augustus tot de sluiting van een huwelijk tussen de protestantse leider Hendrik van Navarra (de latere Hendrik IV) en Margaretha, jongere zuster van koning Karel IX en dochter van Catharina de’ Medici. De dag voor het huwelijk echter wordt er een aanslag gepleegd op admiraal de Coligny, wat de gemoederen doet opwaaien. Uit angst voor wraak van de protestanten proberen Catharina de Medici en de radicaal-katholieke Hendrik de Guise koning Karel IX (Catharina’s zoon) over te halen tot het executeren van de leiders van de protestantse factie. Dit mondt uit in een massale moordpartij op de Franse protestanten waarbij uiteindelijk ongeveer 20 000 protestantse hugenoten de dood vinden.

Catharina sterft in 1589. Kort na haar dood wordt haar zoon, koning Hendrik III, vermoord. Daarmee komt na 271 jaar een eind aan het Huis Valois.

    • 10. Cosimo I de’ Medici, de Grote (1519-1574)

Wanneer Paus Leo X in 1521 sterft, verdwijnt een van de laatste succesvolle telgen uit het geslacht van De’ Medici van het toneel uit de Italiaanse geschiedenis. In de jaren 1527-1530 leeft de republiek weer sterk op, maar na een belegering herstellen de’ Medici hun heerschappij. Nog één keer straalt de ster van de familie in de persoon van Cosimo I.Cosimo I herstelt de macht van het geslacht De’ Medici in Florence. Hij heerst als dictator, maar slaagt erin het verarmde Toscane weer tot economische bloei te brengen. Hij bevordert het ontstaan van de Florentijnse marine, bouwdt de haven van Livorno, en breidt de macht van Florence uit over bijna geheel Toscane, inclusief Siena en Lucca. Cosimo heeft geheerst van 1537 tot 1574, het einde van de Renaissance.

Eindelijk groothertog
In 1569 wordt Cosimo I de’ Medici dankzij paus Pius V de eerste groothertog[55] van Toscane. De verheffing van Cosimo tot hertog van Toscane vormt de staatkundige en hoofse bekroning van het streven naar aristocratische allure waarvoor de bankiersdynastie zich sinds 1420 heeft beijverd[56]. Als gevolg van Cosimo’s benoeming wordt het hertogdom Florence omgedoopt tot groothertogdom Toscane, waarbij de streeknaam opnieuw een politieke entiteit wordt, met Florence als hoofdstad.

hertoginDoor zijn familie met leden van belangrijke vorstenhuizen te laten trouwen, versterkt Cosimo zijn macht. Zelf trouwt hij in 1539 met Eleonora van Toledo (1519-1562), de dochter van de Spaanse onderkoning van Napels.Agnolo Bronzino (1503-1572) werkt mee aan het decoratieprogramma voor hun bruiloft. Met zijn uitmuntende werk verwerft hij in 1540 een aanstelling als hofschilder aan het hof van de’ Medici. Zijn portretten worden beschouwd als de meest verfijnde van de 16e eeuw.Het portret dat hij maakt van Eleonora van Toledo met haar zoon, is zijn bekendste portret geworden. Het werk van Bronzino is onder andere te vinden in de Uffizi, het Palazzo Vecchio en de Basilica di San Lorenzo.

Cosimo I ziet zijn mecenaat als een politieke daad die hem aanzien en prestige verschaft. In de talrijke werken die hij laat vervaardigen wenst hij zich als vorstelijk heerser te manifesteren, daarbij de republikeinse tradities en stedelijke dienstbaarheid niet uit het oog verliezend[57]. De leidersgestaltes waaraan Cosimo zich wenst te spiegelen, vindt hij niet alleen in het verleden van Rome of in het Oude Testament, maar ook in de Griekse mythologie[58]. Door Cosimo’s toedoen wordt Florence nog één keer het culturele middelpunt van Italië.

Giorgio Vasari
Eén van de, zo niet de, belangrijkste kunstenaar aan het hof van Cosimo I, is Giorgio Vasari (1511-1574).Vasari geniet een humanistische opvoeding in Florence bij Silvio Passerini[59] samen met twee telgen uit de Medici familie, Alessandro de´ Medici en Ippolito de´ Medici. Later raakt hij bevriend met Michelangelo die zijn schilderstijl beïnvloedt. Deze invloedrijke personen waarmee Vasari in aanraking komt, blijken essentieel voor zijn carrière.

Vasari krijgt onder Cosimo I van diens zoon Francisco de’ Medici de opdracht om een reeks overheidskantoren voor de magistraten van Florence te bouwen, de Uffizi. Deze worden tussen 1560 en 1581 relatief snel gebouwd. Het binnenplein van de Uffizi ontsluit het Piazza della Signoria naar de Arno rivier. Dit is tot dan toe uniek in de renaissancearchitectuur, het is namelijk een binnenplein (Cortile) en een straat tegelijkertijd. Francisco richt op de bovenste verdieping van het gebouw een galerij in. De collectie wordt daarna steeds verder verrijkt door leden van de’ Medici familie.

Vasari’s belangrijkste schilderwerken zijn fresco’s voor het Palazzo Vecchio in opdracht van Cosimo I. Deze decoratiewerken zijn de grootste van zijn tijd en Vasari werkt eraan van 1555 tot 1572. De grote hal van het Palazzo, de Salone dei Cinquecento (1494), wordt uitgebreid met 39 plafondpanelen die fresco’s bevatten die de belangrijkste episodes uit het leven van Cosimo I afbeelden. Naast de hal bevindt zich de Studiolo, een kamer met stucco, sculpturen, schilderijen en een booggewelf gevuld met fresco’s. Deze ruimte wordt door Vasari uitgewerkt in de maniëristische stijl.

studiolo Palazzo Vechio

Salone dei Cinquecento.

Salone dei Cinquecento.

In opdracht van Cosimo I houdt Vasari zich tevens bezig met een stedenbouwkundig project in Pisa. Cosimo I wil de idealen van de door hem gestichte militaire ridderorde hoog houden en voor hen een plein inrichten die deze grandeur weerspiegelt. Vasari ontwerpt voor het Piazza dei Cavalieri di Santo Stefano, in de buurt van de dom, verschillende gebouwen. . Hieronder bevinden zich de Palazzo della Carovana, Il palazzotto, oftewel Il Palazzo dell’Orologio en een ordekerk.

gallaria palatina

gallaria palatina

In 1549 wordt het Palazzo Pitti door Eleonora van Toledo gekocht, waardoor het in de Medici familie komt. Het is een eeuw eerder op tekening van Brunellesschi gebouwd voor de koopman Luca Pitti. In dit paleis bevindt zich de Galleria Palatina, waar schilderijen uit de familiecollectie worden opgehangen, onder andere werken van Titiaan en Rubens.

Tuinzijde van het Palazzo Pitti

Tuinzijde van het Palazzo Pitti

Tuinen
Al vanaf de heerschappij van Cosimo de Oude maken tuinen steeds deel uit van de propagandistische middelen van Medici familie. Eleonora laat dan ook tuinen bij het Palazzo Pitti aanleggen, de Giardino di Boboli (Boboli-tuinen).

Boboli wordt de koningin van alle Toscaanse tuinen, de meest uitgewerkte en theatrale, een maniëristische co-productie van Natuur en Kunst. In de tuin is een Amfitheater, ontworpen als een klein Romeins Circus en bedoeld om de theatervoorstellingen van de Medici mogelijk te maken. Daarnaast is er een fort (Belverdere), in de vorm van een zespuntige ster, om de Florentijnen er aan te herinneren wie de macht heeft in Florence. Daarnaast is er een vijver met een Neptunus fontein, een cipressenlaan, een Romeinse obelisk, een grot en talloze beelden.

Als groothertog verbindt Cosimo I het Palazzo Pitti met het Palazzo Vecchio door de constructie van de Corridoio Vasariano (Vasaripassage). Deze overdekte en afgeschermde passage, die door het Palazzo degli Uffizi heenloopt en over de Ponte Vecchio, wordt onder leiding van Giorgio Vasari uitgevoerd in 1565.

 

hof1

Villa Caiano

Tuinzijde van het Palazzo Pitti

Villa Castello

hof3b

Villa Petraia

hof1b

Villa di Medicea di Poggio a Caiano

hof2

Villa di Castello

hof3

 

 

 

 

 

 

 

 

Villa’s
Al vanaf de vijftiende eeuw verschijnen er In Italië villa’s op het platteland die dienen als landhuizen voor de aristocratie. Men ziet het leven op het platteland als een aanvulling en tegenstelling van de cultuur in de stad. De tuin wordt daarbij volgens vaste regels vormgegeven, waarbij de topografie, de geometrie en de perspectief van belang zijn en de villa zelf het panorama domineert. De’ Medici hebben in de vijftiende eeuw verschillende villa’s rondom Florence: Villa Di Careggi, Villa di Artimino, Villa La Petraia, Villa di Castello, Villa Careggi, en in Pratolino Villa Demidoff, in Fiesole Villa Medici. Het mooiste voorbeeld is wellicht La villa Medicea in Poggio a Caiano.

Gedichten tot de verbeelding
Ook taal en letterkunde vieren hoogtij tijdens het bewind van Cosimo I. Antonfrancesco Grazzini ‘il Lasca’ schrijft satirische gedichten waarin hij het Florentijnse culturele leven bespot. Aan het begin van zijn carrière, in 1540, is hij betrokken bij de oprichting van de Accademia degli Umidi (later de Accademia fiorentina). Ook Benvenuto Cellini (1500-1571) is van belang voor de literatuur. Zijn autobiografie, waaraan hij in 1558 in Florence begint, behoort tot de levendigste geschriften uit de Italiaanse renaissance. Hij schetst een bijzonder kleurrijk beeld van zichzelf en de maatschappij waarin hij leeft. Hoofdingrediënten zijn rivaliteit, wraak, moord, homoseksualiteit en een onvoorwaardelijk geloof in eigen kunnen.

Cosimo I richt, onder mandaat van Paus Pius V, een commissie op met gedeputeerden van de Accademia fiorentina, waaronder de filoloog Vincenzio Borghini (1515-1580), met als doel belangrijk werk voor de Italiaanse literatuur en de Toscaanse taal te redden.

Theater
Op het gebied van theater is deze periode een bepalend punt in de geschiedenis. Het theater van de Italiaanse renaissance voltrekt zich met name aan de vorstelijke hoven. Langzamerhand groeit hier het verlangen om meer afwisseling in het toneelbeeld te krijgen. Dit wordt niet zozeer tot stand gebracht in het toneelstuk zelf, als wel bij de tussenspelen tussen de bedrijven. Deze tussenspelen, intermedi, hebben als doel het publiek te vermaken, terwijl het toneelstuk zelf van serieuzere aard is. Hierdoor komt er een transitie tot stand in de esthetica van het theater.

De aanleiding hiervoor vormt het vorstelijk huwelijk in 1589 tussen Cosimo’s zoon Ferdinando de’ Medici en Christina van Lotharingen (kleindochter van Catharina de’ Medici), dat groots wordt gevierd in Florence. In één van de zalen van het Palazzo Uffizi is een toneel gebouwd waar intermedi een van de ceremonieonderdelen vormen in combinatie met de opvoering van de komedie La Pellegrina. De architect Bernardo Buontalenti (1536-1608) ontwerpt de aankleding van het toneel en de spelers. Aan weerzijden van het toneel staan beweeglijke decors, waarschijnlijk prisma’s die aan elke kant een andere beschildering hebben. Door deze een slag te draaien, verkrijgt men een nieuwe inlijsting van het toneelbeeld. Toneelspelers kunnen zich tussen deze decors bewegen. Ook wordt er gebruik gemaakt van machinerieën voor effecten: figuren die uit de lucht neerdalen, opstijgen, of achter decors verdwijnen.

Het decor stelt de harmonie van de hemelse sferen voor. Solisten en koren zitten op wolken die kunnen opstijgen en neerdalen. De goden en planeten, door zangers gepersonifieerd, komen tezamen in de hemel als ode aan het bruidspaar.  Una Stravaganza Dei Medici (8)

Aan het einde van de 17e eeuw neemt de macht van de De’ Medici af. In 1737 sterft de laatste De’ Medici met politieke macht; Gian Gastone de’ Medici (1671-1737). Er leven nog 25 personen met de naam De’ Medici. Veel in de geschiedenis herinnert nog aan het geslacht de Medici. In 1982 wordt het historisch centrum van Florence, waar onder mecenaat van de’ Medici een enorme bijdrage is geleverd, toegevoegd aan de werelderfgoedlijst van Unesco.

Bronnen

Burke, P. (1988). De Italiaanse renaissance. Amsterdam: Agon.

Elias, N. (1997). De hofsamenleving. Een sociologische studie van koningschap en hofaristocratie. Amsterdam: Boom.

Hollingsworth, M. (1994). Patronage in Renaissance Italy: From 1400 to the Early Sixteenth Century.

Baltimore: Johns Hopkins University Press.

Jacobs, F. (2008). Een filosofie van emoties en verlangens. Amsterdam: Uitgeverij Nieuwezijds.

Kempers, B. (1999). Kunst, macht en mecenaat. Het beroep van schilder in sociale verhoudingen 1250-1600. Amsterdam/Antwerpen: De Arbeiderspers.

Veen, H.Th. van (1998). Cosimo de’ Medici. Vorst en republikein. Een studie naar het heersersimago van de eerste groothertog van Toscane (1537-1574). Amsterdam: Meulenhof.

Verschaffel B. (1995). Figuren/Essays. Amsterdam: De Balie, Leuven: Van Halewijk.

Overige bronnen

Schneider, L. (1976). Some Neoplatonic Elements in Donatello’s Gattamelata and Judith and Holofernes. Gazette des Beaux-Arts: 41–48.

Van den Doel, M.J.E. (2008). Ficino en het voorstellingsvermogen: phantasia en imaginatio in kunst en theorie van de Renaissance. Amsterdam: Dissertation, Faculty of Humanaties, Universiteit van Amsterdam.

http://www.encyclo.nl

http://www.ernestkurpershoek.nl

http://www.historischnieuwsblad.nl

http://www.isgeschiedenis.nl

http://www.kleioamsterdam.nl/samenvattingen

http://www.kunst-stof.nl/Hofcultuur

http://users.telenet.be.


[1] http://www.encyclo.nl geraadpleegd op 3 februari 2013.

[2] Marsilio Fincino was als filosoof en astroloog verbonden aan het hof van Cosimo de’ Medici.

[3] Van den Doel M.J.E. (2008).

[4] Jacob Burckhardt (1818-1897) was een Zwitsers cultuur- en kunsthistoricus en één van de

meest vooraanstaande kunsthistorici uit de beginperiode van de discipline. Burckhardt is vooral bekend geworden met zijn werken over de cultuur van de renaissance. Zijn belangrijkste boek is: Die Kultur der Renaissance in Italien (1860).

[5] Verschaffel B. (1995).

[6] Ibidem.

[7] Hollingsworth M. (1994), p.21-24.

[8] Een commune is een woon- of leefgemeenschap waar bezittingen van de hele gemeenschap zijn.

[9] Kempers B. (1999), p.94.

[10] Bram Kempers (1999) merkt op dat het sponsoren van bedelorden (letterlijk dus de armsten) in zwang raakte in de renaissance. Dit zou, naast dat het prestige voor een hof of familie opleverde, hiermee te maken kunnen hebben.

[11] Elias, N. (1997).

[13] Het tegenovergestelde van consequentialische ethiek deontologische ethiek. Deontologische ethiek kijkt niet naar de consequentie maar naar de etische aanvaardbaarheid van de daad op zich.

[14] Jacobs F. (2008), p. 151.

[15] Het Westers Schisma of Groot Schisma is de periode van 1378 tot 1417 in de kerkgeschiedenis, waarin pausen en tegenpausen elkaar tegenwerken.

[17] Zie: http://www.ernestkurpershoek.nl, geraadpleegd op 8 april 2013.

[18] Kempers B. (1999), p.205.

[19] Kempers B. (1999).

[21] Kempers, B. (1999), p. 35.

[22] Kempers, B. (1999).

[24] Kempers, B. (1999), p. 232.

[25] Elias, N. (1997), p.157.

[26] Kempers, B. (1999), p. 192.

[27] Kempers, B. (1999), p. 35.

[28] Kempers, B. (1999).

[29] Donatello  maakte in 1417 voor dit weeshuis een reliëf van St.-Joris en de draak onder het standbeeld van Sint-Joris.

[30] Eén van de monikken van deze kerk maakte een schilderij van de Annunciatie dat door een engel gecompleteerd zou zijn. Hierdoor kreeg het schilderij een ereplaats in de kerk, waar een tribune voor gemaakt moest worden. De familie Gonzaga uit Mantua besloot deze tribune te financieren. Michellozo die de broer was van de prior zou de opdracht krijgen, maar Ludivico II Gonzaga besloot dat de opdracht uiteindelijk naar Leon Battista Alberti ging. Op deze manier werd er zelfs gewedijverd tussen verschillende hoven.

[31] Tijdens de ballingschap in Venetië bouwde Michelozzo de bibliotheek van San Maggiore, alsook andere gebouwen.

[32] Dit bestuur was gevestigd in het Palazzo Vecchio, ook  bekend als het Palazzo della of het Palazzo del Popolo, aan de Piazza della Signoria. Het bestond uit acht priori, ministers die gekozen werden. Het bestuur werd bijgestaan door de Raad van Tachtig, het Conseglio degli Ottanta, dat om de zes maanden samengesteld werd uit de duizend vertegenwoordigers van de Grote Raad, de Consiglio Grande of Consiglio Maggiore, de volksvertegenwoordiging. In feite werd het eigenlijke politieke werk gedaan door de Signoria en het Conselglio degli Ottanta. Cosimo Il Vecchio stelde in 1458 de Raad van Honderd in, de Conseglio dei Cento, om zijn politieke macht te vergroten. In 1480 deed zijn kleinzoon Lorenzo de’ Medici hetzelfde: hij stelde de Raad van Zeventig (Consiglio dei Settanta) na de mislukte Pazzi-samenzwering en de vijandigheden tegen de paus en Napels. De leden van deze raden hadden de bevoegdheid om priori aan te stellen. Beide raden werden tijd opgeheven toen de Medici-macht tanende was en daarna weer opnieuw ingesteld.

[33] De Roover (1966), Holmes (1968), Hale (1977) en Kent, d. (1978) in Kempers, B. (1999).

[34] Bram Kempers (1999), p.198.

[35] De Villa Medici in Careggi werd ontworpen door Michelozo.

[36] Angelo Poliziano was een vriend van Lorenzo de’ Medici (Lorenzo Il Magnifico), die hem aanstelde als leraar van zijn zoons. Als zijn belangrijkste werk worden zijn Italiaanse gedichten beschouwd, met name de Stanze per la giostra (letterlijke betekenis: kamers voor het steekspel). Tijdens dit Florentijnse riddertournooi, vindt een steekspel plaats, la Giostra del Saracino. In het steekspelvan 1475 zegevierde Giuliano de’ Medici, zoon van Lorenzo Il Magnifico. Deze gedichten van Poliziano werden geschreven ter ere van Giuliano de’ Medici, maar bleven onvoltooid vanwege de dood van de hoofdpersoon (zie Lorenzo Il Magnifico). Poliziano heeft ook talloze Latijnse vertalingen uit het Grieks op zijn naam staan, onder andere de eerste vier boeken van Homerus’ Illias.

[37] Dit paleis staat nu bekend als het Palazzo Medici-Raccardi. Na de bouw bleef het ongeveer een eeuw in handen van de’ Medici en werd toen verkocht aan de familie Riccardi.

[38] Schneider, L. (1976).

[39] Donatello was korte tijd leerling en medewerker van Lorenzo Ghiberti, die ook opgeleid was tot goudsmid. Daarnaast had hij enige tijd gewerkt in het atelier van Ghiberti. Onder hem werkte Donatello aan de deuren voor het baptisterium in Florence. Hij vertrok hij op zeventienjarige leeftijd met Brunelleschi naar Rome, waar hij de klassieke kunst bestudeerde terwijl hij in een goudsmidatelier werkte.

[40] Gozzoli was opgeleid als goudsmid en werkt in zijn vroege jaren samen met Ghiberti aan de bronzen deuren van het baptisterium in Florence. Met de schilder Fra Angelico werkte hij samen aan fresco’s voor het San Marco klooster te Florence in 1445. Niet toevallig, verkeerden allen in de kringen van de Medici.

[41] De Strozzi’s waren, net als de familie de’ Medici, een succesvolle bankiersfamilie. De’ Medici en de Strozzi waren dan ook grote rivalen op dit gebied, maar ook op bestuurlijk vlak waren ze elkaar vijandelijk gezind. De’ Medici waren de heersers over Florence en de Strozzi waren heersers over Siena, toen Florence onder de heerschappij van Cosimo de’ Medici Siena aanviel. Dit werd de Medici niet in dank afgenomen door de Strozzi.In 1527 was Filippo Strozzi de Jongere (1489-1538) als leider betrokken bij de opstand tegen de’ Medici. Zijn zoon Leone (15151554) diende als admiraal van de Fransen voor wie hij tegen de’ Medici vocht.

[42] In de tweede helft van de vijftiende eeuw heerste er recessie.

[43] Nadat Girolamo Savonarola in 1494 aan de macht kwam, de’ Medici verjaagd en het culturele klimaat in de stad veranderde, ontvluchtte Michelangelo Florence en vertrok naar Bologna. Pas in 1501 keerde hij terug naar Florence.

[44] Van den Doel (2008).

[45] De uitdrukking iemand het hof maken (iemand zijn eerbiedige opwachting maken) is een vertaling van het Franse fair de la cour. Dit werd vooral van hovelingen tegenover hun vorst gezegd.

[47] Dit was de eerste Italiaanse oorlog, waarin de rivaliteit tussen het Huis Valois en het Huis Habsburg centraal stond. In de oorlog stond Karel VIII van Frankrijk, aanvankelijk met Milanese steun, tegen het Heilige Roomse Rijk, Spanje, Engeland en een alliantie van Italiaanse krachten onder leiding van paus Alexander VI.

[48] Tijdens deze verbrandingen zijn er waarschijnlijk ettelijke exemplaren van de Decamerone van Giovanni Boccaccio vernietigd.

[49] Als gonfaloniere had Soderini een vriendschappelijke band met zijn secretaris Niccolò Machiavelli. Machiavelli was in tal van kwesties de enige raadsman voor de vaak radeloze gonfaloniere.

[50] Tussen 1499 en 1504 vond de tweede Italiaanse oorlog plaats. Deze werd gevoerd door  Lodewijk XII van Frankrijk en Ferdinand II van Aragón, en een alliantie van Italiaanse krachten. Na de Eerste Italiaanse Oorlog had Lodewijk zijn zinnen gezet op de troon van Milaan en Napels.

[51] Uit; http://nl.wikipedia.org/wiki/Hanno_(olifant): Silvio A. Bedini, The Pope’s Elephant. Carcanet, Manchester 1997 ,blz. 107 en verder.

[52] Dit vond plaats na de Oorlog van Urbino (1517), een bij-episode van Ide taliaanse Oorlogen. Francesco Maria I della Rovere besloot om het hertogdom Urbino te heroveren, waar hij het jaar daarvoor verdreven was. Daarvoor stelde hij Federico II Gonzaga, zoon van Francesco II en Isabella d’Este uit Mantua aan. Hij heroverde Urbino, waarop Paus Leo X zijn neef Lorenzo II met een leger van 10.000 man naar Urbino te sturen. Hoewel het Lorenzo II niet lukte de stad te heroveren, werd hij na een verdrag met Francesco Maria della Rovere, aangesteld als hertog van Urbino. In ruil nam Maria della Rovere de rijke bibliotheek mee naar Mantua die was opgebouwd door Federico da Montefeltro.

[53] Een incunabel of wiegendruk is een boek of geschrift dat gezet is met losse letters en gedrukt vóór 1 januari 1501 in Europa.

[54] Geboren als Giulio de’ Medici (14781534).

[55] Hertog (of hertogin) was een hoge adelijke titel, maar kon ook een (lagere) vorstelijke titel zijn. Vanaf de 16e eeuw werd de titel hertog als persoonlijke titel gegund aan veldheren (militaire bestuurders) en hoge dignitarissen (hoogwaardigheidsbekleders en ambtenaren). Een hertogdom was een gebied dat bestuurd werd door een hertog. Groothertog  is een vorstelijke titel die lager is dan die van koning, maar hoger dan die van (soeverein) hertog of prins. Verheffing in de adelstand gebeurde door een koning of keizer. Aangezien de Paus van oudsher de status van soeverein heeft, kon ook hij adeldom en adellijke titels verlenen.

[56] Kempers, B. (1999), p.204.

[57] Van Veen H Th. (1998), p. 55-56, p. 63.

[58] Van Veen H Th. (1998), p. 50.

[59] Silvio Passerini groeide op aan het hof van Lorenzo de’ Medici en raakte bevriend met zijn zoon Giovanni de’ Medici, waarmee hij vocht in tegen Frankrijk. Toen Giovanni tot paus Leo X benoemd werd, werd Silvio kardinaal-bisschop van Cortona. Onder zijn patronage kwam Vasari naar Florence om er te studeren. Onder zijn supervisie bezocht Vasari de eerste voorstelling van Machiavelli’s La Mandrogola.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s